
Praktische afspraken:
Wat heeft de auteur nodig voor de lezing?
Aangenaam lokaal, leerlingen zitten op stoelen, auteur heeft een tafeltje voor boeken.
Wie zorgt hiervoor?
De organisator.
Beschrijf kort waar de lezing plaatsvindt. Hoe is de ruimte ingedeeld? Waar zit het publiek?
Polyvalente zaal in gemeenschapscentrum, leerlingen zitten rond de auteur (halve cirkel).
Om film-, video en/of geluidsopnamen te maken/gebruiken is uitdrukkelijk toestemming van de auteur vereist. Zullen er beeld- of geluidsopnamen worden gemaakt?
Neen.
Maakt de lezing deel uit van een grotere activiteit of van een ander groter project?
Neen.
Kondigt iemand de auteur aan? Is er een pauze voorzien tijdens de lezing? Sluit iemand de lezing af?
Bibliotheekmedewerker.
Er is geen pauze voorzien.
Extra informatie:
Waarom organiseert u deze lezing?
Als leesbevorderingsactiviteit. De jarenlange traditie leert ons dat na auteurslezingen de vraag naar boeken van deze auteur enorm toeneemt.
Werkt u voor deze lezing samen met partners?
Neen.
Waarom kiest u precies deze auteur?
Vorige jaar zeer goede ervaringen met leerkrachten en leerlingen. Ook de voorzitter van het Beheersorgaan was aanwezig bij deze lezing en was erg enthousiast.
Heeft u deze auteur in het verleden nog uitgenodigd?
Twee keer.
Leeftijd van het doelpubliek?
6-8 jaar.
Omschrijving van het doelpubliek:
Leerlingen van het tweede leerjaar.
Wordt het publiek voorbereid op de lezing? Op welke manier?
Ja, de leerkrachten krijgen van de betreffende auteur een bundel met biografie, bibliografie en artikels. Tevens worden er in de klas boekenkoffers uitgedeeld met boeken van deze auteur. (Verzameld in de drie vestigingen en in omliggende bibliotheken.)
Hoe wordt het publiek op de hoogte gebracht van de lezing?
Via de leerkrachten.
Is deze lezing een aanleiding om verder rond boeken te werken? Gebeurt dat voor of na de lezing? Hoe wordt dat concreet aangepakt?
Natuurlijk wordt er voor en na de lezing met de boekenkoffers gewerkt.
Aanvullingen van de auteur:
Beschrijf het verloop van de lezing.
Kinderen spelen scènes na uit mijn boeken. Die momenten worden afgewisseld met rustige vertelmomenten.
Omschrijf eventuele interactiemogelijkheden.
Kinderen stellen mij vragen, ze dansen, spelen toneel en ik stel hen vragen.
|
|